#hetverhaalvanFroukje

Ik dacht: de wereld is beter af zonder mij

Froukje is een leuke, spontane vrouw van begin 30. Ze studeert psychologie, heeft een leuk huis, vriend, hond, is dol op reizen en fotografie. Maar er is ook een andere kant: sinds 15-jarige leeftijd ze een serie zelfmoordpogingen gedaan. Ze is lang geleden al opgehouden te tellen. In naar schatting 20 gevallen was ze er zo slecht aan toe, dat ze in het ziekenhuis belandde. ‘Chronisch suïcidaal’, is één van de vele labels die ze kreeg.

Froukje (30)

Ik ben die ‘verwarde weggelopen vrouw’ melding van Burgernet. Ik ben ook die verwarde vrouw die de politie van het spoor heeft gehaald. Een lange tijd heb ik hierover gezwegen, omdat ik het gevoel had dat ik me hier enorm voor moest schamen. Je bent niet helemaal 100 punten als je dat doet, sprak ik mezelf dan streng toe. En het grappige is, dat klopt ook nog! Op dat moment was ik namelijk in de war en maakte ik geen rationele en bewuste keuzes meer. Niet omdat ik daar dan voor koos, maar omdat mijn brein dat niet kon. Moet ik me daarvoor schamen? Neen!

Ik wil die schaamte niet meer en daarom vertel ik mijn verhaal. Maar ook zodat er meer begrip komt voor mensen die soms in de war zijn en om anderen te laten weten dat ze niet alleen zijn met hun worsteling. Toch vind ik het spannend om hiermee naar buiten te treden, want ik weet dat er onbegrip komt. Mensen die mij egoïstisch vinden, gestoord, of erger…

De eerste poging

In de brugklas van de havo dacht ik voor het eerst ‘ik wil dood’. Mijn jeugd was heel onveilig, ik ben al jong ernstig getraumatiseerd. Voor mijn gevoel was ik totaal waardeloos, mocht ik er niet zijn. Ik ontwikkelde een eetstoornis en begon mezelf te snijden. Als afleiding van de geestelijke pijn, maar ook omdat ik voor mijn gevoel straf verdiende. Gaandeweg raakte ik verder en verder in de knoop. Ik werd depressief, kreeg ernstige faalangst. Mijn wanhoop werd te groot om te kunnen dragen. Steeds vaker fantaseerde ik over de dood. Het was de enige manier om rust te vinden, dacht ik. Op internet zocht ik naar methodes om er een einde aan te maken. Uiteindelijk deed ik mijn eerste serieuze poging toen ik 15 jaar was.

Omdat mijn vriendinnen op de middelbare een ander profiel kozen kwam ik alleen in een nieuwe klas terecht. Daarmee verdween mijn laatste stukje zekerheid, mijn laatste houvast. Het was de spreekwoordelijke druppel. Thuis ben ik op bed gaan liggen en heb een grote hoeveelheid pillen geslikt.

Het was de eerste poging van velen. Ik ben meerdere keren opgenomen geweest en heb allerlei behandelingen gehad. Maar tot voor kort is er eigenlijk nooit een goede diagnose gesteld. Daardoor was de hulp die ik kreeg niet effectief. Pas een paar maanden geleden heb ik een vrijgevestigde psychiater gevonden, die de vinger op de zere plek wist te leggen. Hij stelde vast dat ik aan een complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS) lijd. Daarvoor behandelt hij me nu.

Het is loodzwaar, omdat ik hiervoor oude trauma’s moet herleven. Maar ik heb voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik nu echt verder kom. Overigens denk ik nog steeds geregeld aan de dood. Eerlijk gezegd kan ik me geen leven voorstellen zonder suïcidale gedachten. Het grote verschil is dat ik daar nu beter mee kan omgaan.

Het is niet egoïstisch

Hoe vaak ik mensen wel niet hoor zeggen of ergens lees dat het ontzettend egoïstisch is om voor de trein te springen. Dan denk ik: ze moeten eens weten. Ik begrijp deze gedachtegang maar al te goed. Niemand bij zijn volle verstand maakt bewust de keus om een treinmachinist een trauma te bezorgen. Maar als je heel erg suïcidaal bent, sta je daar niet meer bij stil. Het enige doel is de heilige rust van de dood. Egocentrisch? Ja. Egoïstisch? Absoluut niet.

De traumatische ervaring voor een buitenstaander gun ik niemand. Toch heb ik zelf meerdere keren op het spoor gestaan. Als ik daar niet letterlijk was weggetrokken door omstanders had ik dit verhaal niet na kunnen vertellen. Achteraf kan ik me goed voorstellen dat mensen mijn acties egoïstisch vinden. Maar dat waren ze niet. Integendeel, ik dacht oprecht dat de wereld beter af zou zijn zonder mij.

Allesoverheerende radeloosheid

Hoe het werkt in mijn hoofd? Het is alsof er twee gedachten met elkaar in gevecht zijn: aan de ene kant wil ik een leuk, ‘normaal’ leven. Bewijzen dat ik wél iets waard ben. Aan de andere kant wil ik dood. Welke gedachte wint, kan per uur verschillen. Zo zat ik tijdens mijn studie in het ziekenhuis papers te schrijven, te werken aan mijn toekomst, nadat ik weer een poging had gedaan. Maar die tweede gedachte is nooit helemaal weg. Als ik om me heen kijk, zie ik plekken waar ik het kan doen.

Ik duik onder een spoorboom door en dan loop ik de richting op van een tegemoetkomende trein. Het gebeurt in een soort vlaag van verstandsverbijstering.

Alles in een mens is erop gericht om te overleven. Het gaat dus tegen ieder instinct in om de dood bewust op te zoeken. Op dat moment maak ik echter geen rationele keuzes meer. Als je zover bent dat je daadwerkelijk een einde aan je leven wilt maken, beland je in een soort staat van bewustzijnsvernauwing.

De radeloosheid is allesoverheersend. Er is in je hoofd dan geen ruimte meer voor inlevingsvermogen of empathie. Dat heeft niets te maken met kwade wil, maar met ondraaglijk leed en onmacht.

Eenmaal thuis na een poging schaam ik me. Tegenover mijn vriend, ouders en vriendinnen. Dat zijn mensen die om me geven, voor wie ik ertoe doe, waarom voelde ik eerder niet dat ik hen pijn zou hebben gedaan als het was gelukt? En toch weet ik nu al dat die gedachten opnieuw zullen komen, zoals ze dat de afgelopen 17 jaar geregeld deden. Op zo’n moment bedenken dat ze ook weer overgaan, dat lukt niet.

Wel leer ik sinds kort om op tijd om hulp vragen. Ik weet nu wat signalen zijn dat het de verkeerde kant op gaat. En ik weet dat ik om hulp mag vragen, dat die er ook voor mij is. En ik leer dat ik wel waardevol ben. Elke dag schrijf ik op wat ik die dag goed heb gedaan, in plaats van alleen te denken aan wat ik niet goed deed. 

Ik ben ervaringsdeskundige

Ik werk als ervaringsdeskundige in de GGZ en daar probeer ik andere mensen in psychische nood te helpen. Het begint met je verhaal durven delen. Daarom vind ik het belangrijk daar zelf ook open over te zijn. Praten over zelfmoord is nog altijd taboe. Mensen die aan zelfdoding denken, of daartoe een poging doen, schamen zich. Dan ben je niet ‘helemaal 100’, is het heersende beeld. De maatschappij oordeelt daar vaak hard over. Want hoe kun je je omgeving zoiets aandoen? Maar als een buitenstaander zoiets zegt, begrijpt die niet wat er in het hoofd van een wanhopig iemand omgaat. Achter elke zelfmoordpoging zit immers een beschadigd mens met ondraaglijk veel pijn, die hulp nodig heeft. Laten we daar als samenleving alsjeblieft wat meer oog voor hebben.

Tegen alle mensen die met zelfmoordgedachten rondlopen wil ik zegggen: Je bent niet de enige! En je hoeft je last niet alleen te dragen. Schaam je er alsjeblieft niet voor om hulp te vragen. Voor de duidelijkheid: het heeft jaren geduurd voordat ik dat zelf durfde. Maar het lucht zó op om je zorgen en verdriet te delen. Als je de stap naar de huisarts te groot vindt, bel of chat dan met 113 (de hulplijn voor zelfmoordpreventie). Want niemand verdient het om dit soort wanhoop in eenzaamheid door te maken.

Wil jij net als Froukje ook (anoniem) jouw verhaal delen? Dat zou fantastisch zijn! Lees meer over #deeljouwverhaal