#hetverhaalvanJeroen

Kwetsbaarheid uiten zorgt voor mildheid en vertrouwen

Jeroen is psychiater bij het Vroege Interventie Psychose team van een GGZ instantie. Hij is heel openhartig over zijn eigen angststoornis. Jeroen vertelt hoe het is om te werken als psychiater en hoe zijn psychische klachten hem daar juist bij helpen. Onlangs is er bij Jeroen ook nog een bipolaire stoornis type 2 vastgesteld.

Jeroen (44)

Al heel mijn leven ben ik psychisch en emotioneel wat instabiel met wisselende stemmingen. Van nature piekerde ik al veel over existentiële vragen als ‘wie ben ik nu?’, ‘wat doe ik hier eigenlijk?’ Ik had het gevoel dat ik er niet echt bij hoorde en niet goed genoeg was. Daardoor was ik vaak somber en snel angstig. In de puberteit werd het ondraaglijk en kreeg ik paniekaanvallen. Sindsdien bleven er altijd periodes dat het zich weer manifesteerde.

Lees hoe Jeroen een paniekaanval omschrijft

Ergens in de verte is de uitgang. Ik zit gevangen. Gevangen in een schemerwereld. Niets lijkt meer wat het was. Alles voelt vreemd. M’n hart raast door m’n keel. Ik droom. Of toch niet? Ik weet het niet meer. Wat is nog echt? M’n vingertoppen drukken zich vast in het leer van de stoelleuning. Het voelt alsof ik ieder moment door de stoel heen ga zakken en zal vallen in een onmetelijke diepte. Dit kan toch niet kloppen? Gebeurt dit echt? Het voelt als vallen zoals je dat kan doen in een ravijn in je naarste dromen. Maar dit keer word ik niet wakker. ‘Het is helemaal mis, het is echt helemaal mis ‘ schreeuwt iets in mij. De paniek neemt nu echt volledig bezit van me. M’n hoofd staat op springen, een enorme druk bouwt zich op. Als een Finse sauna zonder uitgang. ‘Ik wil eruit, nu!’

Ik begin te lopen omdat ik niet langer kan stil blijven staan bij dit gevoel. Maar ik kan nergens heen. Het gevoel volgt mij overal. Logisch ook, het zit in mij. Dit plotselinge besef doet me haast gek worden van angst. ‘Hoe kom ik er dan ooit uit ? Als dit in mij zit?’, vraagt een stem. ‘Focus je, focus je op iets. Dit gaat straks weer over, echt’ probeert een ander. Ik loop in wanhoop naar de wastafel en dompel mijn hoofd maar weer eens onder de koude waterstraal die uit de kraan klettert. Dit geeft zowaar even wat verlichting, maar ik voel de angst alweer oplaaien. M’n lijf zet zich schrap voor wat nu gaat komen.

Plots staat een huisgenoot in de deuropening. ‘Ben je klaar hier? Ik wil graag even douchen’ klinkt het. Z’n stem klinkt hol en ver weg. ‘Ja joh, tuurlijk. Ga je gang’, hoor ik mezelf antwoorden. Ook mijn stem klinkt ver weg. ‘Ik word hier ter plekke hartstikke gek’, denk ik. ‘Niks laten merken, gewoon normaal doen. Ga naar je kamer, ga zitten op je bank. Dit gaat straks gewoon over!’ Ik volg het advies van mijn innerlijke susser op, maar geloof hem voor geen meter. Ik doe mijn kamerdeur dicht en wacht af totdat mijn huisgenoot klaar is met douchen en zich weer naar beneden begeeft. De wastafel zal ik die nacht nog regelmatig een bezoek brengen, iedere keer weer hopend dat deze me nu wel de rust zal bieden die ik zo nodig heb.

Euforische studententijd

Toen ik geneeskunde ging studeren in Rotterdam, was ik de hele dag angstig en kreeg ik ‘s avonds oncontroleerbare paniekaanvallen. Uit schaamte heb ik dat nooit aan iemand verteld. Ik sliep daardoor nog maar twee uur per nacht en raakte ontregeld. Door de week probeerde ik te overleven en in het weekend kwam ik bij mijn ouders in Zeeland weer wat tot rust. Zo heb ik dat best lang volgehouden. Doordat ik goed de schone schijn kan ophouden, hadden maar weinig mensen in de gaten dat het niet goed ging. Soms ook voelde ik me dagenlang ineens opvallend goed en raakte ik ontremd. In die tijd probeerde ik mijn gevoelens te reguleren met ongezonde dingen, zoals cannabis. Dat had op mij een heel heftig effect: ik kreeg energie, nam alles enorm intens waar en werd welhaast extatisch, waardoor ik het vaker ging gebruiken.

De nachtelijke paniekaanvallen nam ik op de koop toe. Ook deed ik veel aan hardlopen, dat gaf een enorm euforisch en extatisch gevoel. Feitelijk had ik het nodig als een soort drugs om mijn stemming op te krikken. Dat sloeg een beetje door: ik liep op afgetrapte gympies een paar keer per week een halve marathon. Het euforische gevoel duurde echter maar een dag, daarom moest ik hard werken om mijn stemming oké te houden. Ik begon me zorgen te maken hoe het moest als ik straks een baan had. Bovendien zitten angststoornissen en depressie bij mij in de familie. Ik wilde niet dat somberheid en angst mijn leven regeerden en wilde er vol de strijd mee aangaan. Er open voor uitkomen vond ik toen echter een teken van zwakte.

Interessante puzzels

Aanvankelijk wilde ik geen psychiater worden, dat kwam door mijn achtergrond te dichtbij. Omdat ik me niet zo op mijn plek voelde in ziekenhuizen, overwoog ik om huisarts of sportarts te worden. Toch bleek mijn affiniteit met psychiatrie heel sterk. Ik vond het een mooi vak, omdat ik mensen zie als interessante puzzels: waarom doet iemand zoals hij doet? Ik bespreek graag met mensen hoe ze zich staande houden in het leven en waar ze tegenaan lopen. Bij andere specialismen is daar nauwelijks ruimte voor. Ik geloof zelf ook niet zo in dat puur medische. Met al die superspecialisaties verlies je snel het overzicht, terwijl dat juist in dit vak cruciaal is.

Het is in mijn vak van belang dat je iemands levensverhaal goed in kaart brengt. Door een persoonlijke combinatie van aanleg en factoren (‘nature’ en ‘nurture’) kun je klem komen te zitten. Sommige mensen zijn biologisch kwetsbaar dat ze ooit zware psychische klachten krijgen. De één heeft baat bij een behandeling zonder medicatie. Bepaalde stromingen zijn zelfs anti-medicatie, terwijl het volgens de biologische kant juist gaat om een tekort dat je moet aanvullen met medicatie.

Zelf wil ik dat zwart-witdenken vermijden. Ik zie psychische klachten als een disbalans, per persoon moet je kijken wat nodig is om weer in balans te raken. Maar we zijn eigenlijk simpele zielen en niemand weet hoe het allemaal zit in iemands hoofd. Het lastige bij diagnoses is alleen dat mensen zich vaak gaan gedragen naar hun label en het als excuus gebruiken. Maar het zegt niets over jou als persoon, hoogstens over een groep klachten. Ook zijn er vaak grote verschillen tussen personen met eenzelfde diagnose. Maar ook met een kwetsbaarheid ben je zelf verantwoordelijk hoe je ermee omgaat.

Donderbuien

De GGZ geeft ook veel te veel aandacht aan het ziek en afwijkend zijn. De grens tussen normaal en niet normaal is vaak heel arbitrair. Zelf heb ik periodes dat ik door mijn klachten minder kan, maar een paar weken later kan ik het weer wel. Net zoals het na slecht weer altijd weer opklaart, je moet je niet fixeren op donderbuien. Maar in de herstelbeweging mag je soms alleen kijken naar wat goed is, ook als het slecht met je gaat en dat vind ik ingewikkeld. Zelf heb ik soms periodes waarin ik meer medicatie nodig heb. Dat voelt haast alsof je faalt, want ‘je moet het zelf doen’. Maar hoewel ik het niet toejuich als mensen voor het minste of geringste een pilletje nemen, ken ik ook mensen die er veel baat bij hebben. Daarom moet je niet te snel klaarstaan met je oordeel.

Het is vaak een zoektocht naar het juiste medicijn of de juiste behandeling. Er moet een klik zijn met je hulpverlener, dat is de basis voor herstel. Het gaat erom dat er iemand met expertise naast je staat die je durft te vertrouwen. Dat klinkt logisch, maar valt in de praktijk vaak tegen. In het huidige systeem komen mensen soms voor hun gevoel in een molen terecht waarin ze het niet meer voor het zeggen hebben. Zelf werk ik liever kleinschalig met persoonlijke aandacht. Daar komt gelukkig steeds meer ruimte voor binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Professionele kwetsbaarheid

Als psychiater vertel ik soms intuïtief iets over mezelf tegen de cliënt. Dan leg ik uit dat ik zelf ook zoiets heb meegemaakt en dat het is overgegaan, al dacht ik destijds dat dat nooit zou gebeuren. Ik merk dat mensen zoiets enorm waarderen. Ze beseffen dat het anderen net zo goed kan overkomen. En als je jouw kwetsbaarheid toont, toont de ander makkelijker zijn eigen kwetsbaarheid. Als het niet goed gaat, is het een enorme drempel om te vertellen hoe diep je echt zit. Dan moet je erop durven vertrouwen dat degene tegenover je de beste intenties met je heeft.

Als je kwetsbaarheid uit op een gepaste manier, levert dat vrijwel altijd mildheid en vertrouwen op. De ander komt dan ook sneller over de brug met zijn of haar verhaal, omdat hij daar dan ruimte voor voelt. Maar het is balanceren: wat laat je wel of niet van jezelf zien? Je mag je eigen ellende wel benoemen, maar daarna ligt de bal weer bij de cliënt, het moet zijn of haar proces dienen. Dat is een zoektocht. Hulpverleners zijn vaak bang dat ze de ander ermee belasten, maar bij cliënten zie ik bijna alleen opluchting. Ze zeggen dat het hen helpt.

Angst voor de angst

Nog even terug naar die paniekaanvallen, de diepe ellende daarvan is vaak het gebrek aan vertrouwen ze aan te kunnen. De angst voor de angst. De voortdurende zoektocht naar verlossing buiten jezelf. Er zo van overtuigd zijn dat de paniek jou de baas is. De paniek die bezit neemt van je en je gevangen houdt in het duister. Je weet rationeel met momenten best dat dit niet klopt maar je gevoel weet het zeker, dit kan ik nooit aan.

Het is dit gevoel dat getroost moet worden. Het gevecht met jezelf maakt je een kansloze strijder. Hoe harder je vecht hoe sterker de angst en het lijden. Het is de kunst van de paniek er te laten zijn en langzaam te leren dat deze weliswaar nu je voordeur plat walst, maar nooit jouw huis over zal kunnen nemen. Jezelf de tijd geven om stap voor stap deze overspoelende angst onder ogen te zien, zodat deze het niet volledig overneemt, is misschien wel de grootste confrontatie met jezelf die je je kunt bedenken.

Er is een uitweg uit dit donkere bos. Laat je hierbij helpen, door mensen die je vertrouwt. Praat erover met dierbaren of hulpverleners. Onderzoek stap voor stap de weg naar het licht en probeer aardig te zijn voor jezelf. Een hopeloos verdwaald kind spreek je ook niet boos toe, dat het zich niet zo moet aanstellen. Het kalmerend en zonder oordeel toespreken van jezelf kan een enorme waardevolle gids zijn op je pad naar beter. En als je dan eenmaal de weg hebt leren begrijpen die naar de uitgang leidt, dan wacht zelfvertrouwen je daar op. Want niemand anders dan jij hebt de uitgang gevonden.

Als je de pech hebt dat angst en paniek diep in jou geworteld zijn dan zal je dit bos nog regelmatig bezoeken. Maar je wéét dan dat je in staat bent je weg er weer uit te vinden. En deze wetenschap wordt misschien wel je beste vriend in bange tijden. Dat geldt ook voor mijzelf, eind vorig jaar ging het persoonlijk wat minder met mij. Overigens is onlangs ook vastgesteld dat ik tevens een bipolaire stoornis type 2 heb, daarbij wisselen depressieve en hypomane periodes elkaar af. Maar ook bij herstel zijn er soms zwaardere periodes waar je doorheen moet. Op mijn manier vind ik daar echter wel een weg in.

Wil jij net als Jeroen ook (anoniem) jouw verhaal delen? Dat zou fantastisch zijn! Lees meer over #deeljouwverhaal