#hetverhaalvanjoeri

De moord op een jong meisje achtervolgt me

Joeri werkt al bijna 25 jaar bij de politie in het centrum van onze hoofdstad. In 2008 raakte hij betrokken bij de moord op een 12-jarig meisje, ze werd gedood door de ex-vriend van haar moeder. Hij heeft het incident nooit los kunnen laten. Joeri maakt door zijn werk veel ingrijpende gebeurtenissen mee, maar door dit specifieke trauma ontwikkelde hij PTSS. Ondanks de mentale problemen die Joeri hierdoor heeft, zoals depressieve klachten, werkt hij nog steeds met veel plezier als politieagent in Amsterdam.

Joeri (42)

“Moet ik stoppen als agent?”, deze gedachte bekroop me onlangs nog toen ik betrokken was bij een heftig incident in het centrum van Amsterdam. Het kwam uiteindelijk zo ver dat een collega de man dood moest schieten. Achteraf bleek het te gaan om een psychisch zwaar zieke meneer, in het bezit van een nepwapen. Hij wilde door de politie worden doodgeschoten. Dat heet suicide by cop.

Tijdens zulke akelige meldingen ervaar ik voor een lange periode maximale stress.  ervoer drie uur lang maximale stress, dan komt mijn posttraumatische stressstoornis (PTSS) weer naar de oppervlakte. Later die dag heb ik op een nabijgelegen politiebureau op een stil plekje vijf minuten staan janken. Even rust pakken, colaatje en kopje koffie erbij. Dat lucht dan een beetje op.

Robiënna Reboe

Mijn PTSS kwam twaalf jaar geleden naar boven na de moord op de 12-jarige Robiënna Reboe uit Amsterdam. De gruwelijkheid van haar dood is onvoorstelbaar. De keel van het meisje was doorgesneden. Het beeld van een witte vloer, witte muren en een meisje in dieprood bloed zal ik nooit vergeten.

Normaal gesproken bereid ik me direct na een melding van een moord mentaal op de ergste situatie voor. Echter ontvingen we dit keer een ‘alledaagse’ melding. Doorgaans zijn dat vechtpartijtjes of tegenstribbelende arrestanten. Het aantreffen van de gruwelijke moord kwam daarom compleet onverwachts.

Na de moord op Robiënna, eind mei 2009, kwamen de nachtmerries. Dat is niet vreemd. Als je hierover niet zou dromen, ben je rijp voor de psycholoog. Maar na twee weken bleven de beelden door mijn hoofd spoken.

In die nachtmerries speelde Robiënna de hoofdrol, maar altijd samen met twee andere, voor mij schokkende gebeurtenissen: de botsing tussen twee treinen op Amsterdam Centraal in 2004 en de dood van Denny Veldwijk in 2007. Hij werd tijdens een avondje stappen in zijn borst gestoken. Toen ik die jongeman reanimeerde, werd ik van achteren aangevallen door zijn weliswaar bezorgde, maar ook dronken vrienden.

Uitgeput zat ik thuis

Aangezien ik na de moord op Robiënna nog nauwelijks sliep, raakte ik steeds meer vermoeid. Het dag- en nachtritme kon ik door uitputting niet meer bijbenen. Een aantal maanden later was ik leeg en trok mijn lichaam aan de handrem. Ik ging met hoge koorts naar huis. Daarna deed ik overdag weinig. Ik lag veel op de bank, speelde wat met onze drie kinderen en liet de hond uit. Ik zat ongeveer een half jaar ziek thuis.

De PTSS had zijn weerslag op het gezin. Mijn kinderen zeiden niet meer: “Gezellig, papa is thuis.” Ik raakte snel geïrriteerd en had een kort lontje, zo kon ik bijvoorbeeld boos worden wanneer een vork scheef op tafel lag. Als ik constant thuis zit, ga ik ontzettend piekeren.

De eerste therapie die ik volgde hielp mij er destijds in eerste instantie bovenop. Voor deze behandeling moest ik brieven schrijven aan Robiënna. Dat bood een goede uitlaatklep. Ondanks dat ik niet echt geloof in een hiernamaals vroeg ik haar dingen als: waar ben je nu en hoe is het daarboven? Maar ook of ze mijn overleden opa is tegengekomen. Ik vertelde haar ook dat de dader twintig jaar cel kreeg en dat ik dat veel te weinig vond.

Toen ik weer aan het werk was merkte ik langzaamaan dat mijn lichaam niet meer negatief reageerde op de eerste patrouilles door de wijk. Ik genoot weer van de twee uurtjes werk en ik sliep weer beter. Op een rustig tempo werden de werkzaamheden uitgebouwd. Het moment dat ik uiteindelijk mijn uniform weer aantrok was echt een mijlpaal.

Schreeuwen op de Dam

Mijn eerste grote klus nadat ik weer aan het werk ging, was de dodenherdenking van 2010. Ik was die avond als commandant verantwoordelijk voor de situatie rond de wegblokkades bij de Dam. Maar die avond kwam het gevaar juist van het afgesloten plein. De stilte werd wreed verstoord door een schreeuwende man. Met als gevolg dat de mensenmassa direct in beweging kwam. Mensen begonnen te rennen. Hekken vielen met luide klappen om. Omstanders riepen dat er geschoten werd en dat er een bom lag. Het was direct schakelen voor mij en mijn collega’s, want ook op deze gebeurtenis kon ik me niet voorbereiden. Net als de moord op Robiënna. Het hakte er behoorlijk in, zowel bij mij als mijn team.

Ongeveer vier jaar later kwamen de symptomen van PTSS weer terug. Deze keer kreeg ik EMDR-therapie. Bij deze behandeling vroeg de therapeut mij de ergste beelden voor me te nemen en bewoog daarbij zijn vingers voor mijn ogen, daardoor worden de herinneringen anders opgeslagen. Tijdens deze behandeling bleek dat ik bij therapie-sessies in het verleden een belangrijk onderdeel van mijn trauma vergeten was. Het vriendinnetje van Robiënna woonde in het appartement boven haar. Toen zij diezelfde avond te horen kreeg dat Robiënna overleden was, gaf ze een schreeuw van pijn en verdriet. Een kreet die bij mij nog steeds door merg en been gaat als ik eraan denk en me zelfs heeft achtervolgd in mijn nachtmerries.

Gevoeliger mens

Weer een paar jaar later bleek ik ook tekenen van depressie te vertonen. Toen ben ik enkele maanden de helft van mijn uren gaan werken. Daarnaast ging ik minder stressvolle taken uitoefenen, zoals de administratie of het regelen van evenementen. Sinds ik pillen slik tegen de neerslachtigheid, heb ik de depressiviteit behoorlijk onder controle. Aan het eind van datzelfde jaar ben ik weer volledig gaan werken. Als persoon ben ik nu vooral emotioneler. Ik huil ook vaker. Voor 2009 liet ik nooit een traan. Nu functioneert het huilen als een soort overdrukventiel, dan kunnen de emoties eruit en functioneer ik daarna beter. Nu ik door mijn PTSS weet waar ik gevoelig voor ben, kies ik ervoor om me niet bloot te stellen aan onnodige prikkels. Ik ga niet meer kijken naar een zelfmoord als een collega al heeft geconstateerd dat iemand overleden is. Dodelijke ongevallen, reanimaties van baby’s en confrontaties met agressievelingen het hakt er altijd in. Ook van reanimaties en verkeersongevallen raak ik vaak gestrest. Dat zijn afschuwelijke zaken omdat in vrijwel alle gevallen niemand er wat aan kan doen. Een vader of moeder gaat op een ochtend van huis, maar komt onder een tram en keert nooit meer terug. Desalniettemin heb ik wel weer plezier in mijn werk. Ik geniet wanneer ik met loeiende sirenes door Amsterdam rijd en als ik de blauwe zwaailichten ’s avonds tegen de gevels van huizen zie weerkaatsen.

Dienders met PTSS

Traumatische gebeurtenissen kunnen agenten ziek maken. Het belangrijkste om PTSS te voorkomen is praten over je gevoel en emoties. Dat kan alleen als er een luisterend oor wordt geboden en er geen sprake is van een taboe. Gelukkig is de machocultuur binnen de politie op z’n retour.

Ik begon met schrijven en het bijhouden van een blog op therapeutische basis, op advies van mijn psycholoog. In de loop der jaren ben ik dit blijven doen, omdat ik het een mooie uitlaatklep vond. Inmiddels heb ik een boek uitgegeven over mijn ervaringen, genaamd Van diender tot patiënt. Ik hoop dat mensen die het boek lezen een beter beeld krijgen van politiewerk, de heftige incidenten die wij meemaken en de gevolgen van PTSS.

Joeri blogt over zijn ervaringen als politieagent op zijn website Van diender tot patiënt!

Wil jij net als Joeri ook jouw verhaal delen? Dat zou fantastisch zijn! Dit mag uiteraard ook volledig anoniem. Lees meer over #deeljouwverhaal 

Fotocredits: Annabel Pictures